opsluiten

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
opsluiten
Uitspraak: /ˈɔpˌslœy.tə(n)/
Voorbeeld
Ze besloten de hond in de tuin op te sluiten.
Vervoeging
iksluit op
jijsluit op
hijsluit op
wijopsluiten
jullieopsluiten
zijopsluiten
Verleden tijd
sloot op / sloten op
Voltooid deelwoord
hebbenopgesloten
Gebiedende wijs
sluit op
Voorwaardelijke wijs
zou opsluiten
Toekomende tijd
zal opsluiten
Scheidbaar werkwoord