opsturen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
to send
Uitspraak: /ˈɔp.sty.rə(n)/
Voorbeeld
Kun je het pakket vandaag opsturen?
Vervoeging
ikstuur op
jijstuurt op
hijstuurt op
wijopsturen
jullieopsturen
zijopsturen
Verleden tijd
sturde / sturden
Voltooid deelwoord
hebbengeopsturd
Gebiedende wijs
stur
Voorwaardelijke wijs
zou opsturen
Toekomende tijd
zal opsturen
Scheidbaar werkwoord