optreden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to perform
Uitspraak: /ˈɔp.treː.də(n)/
Voorbeeld
De band zal vanavond optreden in het theater.
Vervoeging
| ik | optreed |
| jij | optreedt |
| hij | optreedt |
| wij | optreden |
| jullie | optreden |
| zij | optreden |
Verleden tijd
tredde / tredden
Voltooid deelwoord
hebbengeoptredd
Gebiedende wijs
tred
Voorwaardelijke wijs
zou optreden
Toekomende tijd
zal optreden
Scheidbaar werkwoord
zelfstandig naamwoordb1
Vertaling
performance
Uitspraak: /ˈɔptrədə(n)/
Voorbeeld
Het optreden was een groot succes.