opzetten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
opzetten
Uitspraak: /ˈɔp.zɛ.tə(n)/
Voorbeeld
Kun je de tent opzetten?
Vervoeging
| ik | zet op |
| jij | zet op |
| hij | zet op |
| wij | opzetten |
| jullie | opzetten |
| zij | opzetten |
Verleden tijd
zette op / zetten op
Voltooid deelwoord
hebbenopgezet
Gebiedende wijs
zet op
Voorwaardelijke wijs
zou opzetten
Toekomende tijd
zal opzetten
Scheidbaar werkwoord