ordenen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to organize
Uitspraak: /ˈɔrdənə(n)/
Voorbeeld
Ik moet mijn bureau ordenen.
Vervoeging
ikorden
jijordent
hijordent
wijordenen
jullieordenen
zijordenen
Verleden tijd
ordende / ordenden
Voltooid deelwoord
hebbengeordend
Gebiedende wijs
orden
Voorwaardelijke wijs
zou ordenen
Toekomende tijd
zal ordenen