overleven
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
overleven
Uitspraak: /ˌoːvərˈleːvən/
Voorbeeld
Het is moeilijk om in de wildernis te overleven.
Vervoeging
| ik | overleef |
| jij | overleeft |
| hij | overleeft |
| wij | overleven |
| jullie | overleven |
| zij | overleven |
Verleden tijd
overleefde / overleefden
Voltooid deelwoord
hebbenoverleefd
Gebiedende wijs
overleef
Voorwaardelijke wijs
zou overleven
Toekomende tijd
zal overleven
Scheidbaar werkwoord