overplaatsen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
relocate
Uitspraak: /ˌoːvərˈplaːtsə(n)/
Voorbeeld
Hij werd naar een andere afdeling overgeplaatst.
Vervoeging
| ik | overplaats |
| jij | overplaatst |
| hij | overplaatst |
| wij | overplaatsen |
| jullie | overplaatsen |
| zij | overplaatsen |
Verleden tijd
plaatste / plaatsten
Voltooid deelwoord
hebbengeoverplaatst
Gebiedende wijs
plaats
Voorwaardelijke wijs
zou overplaatsen
Toekomende tijd
zal overplaatsen
Scheidbaar werkwoord