overrijden

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
run over
Uitspraak: /ˌoːvərˈrɛi̯də(n)/
Voorbeeld
De chauffeur heeft per ongeluk een egel overreden.
Vervoeging
ikrijd over
jijrijdt over
hijrijdt over
wijoverrijden
jullieoverrijden
zijoverrijden
Verleden tijd
rijdde / rijdden
Voltooid deelwoord
hebbengeoverrijdd
Gebiedende wijs
rijd
Voorwaardelijke wijs
zou overrijden
Toekomende tijd
zal overrijden
Scheidbaar werkwoord