overschatten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
overestimate
Uitspraak: /ˌoːvərˈsxɑtə(n)/
Voorbeeld
Je moet je tegenstander niet overschatten.
Vervoeging
| ik | overschat |
| jij | overschat |
| hij | overschat |
| wij | overschatten |
| jullie | overschatten |
| zij | overschatten |
Verleden tijd
schattte / schattten
Voltooid deelwoord
hebbengeoverschattt
Gebiedende wijs
schatt
Voorwaardelijke wijs
zou overschatten
Toekomende tijd
zal overschatten
Scheidbaar werkwoord