overspelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to replay
Uitspraak: /ˌoːvərˈspeːlə(n)/
Voorbeeld
Hij besloot het spel opnieuw te overspelen.
Vervoeging
ikoverspeel
jijoverspeelt
hijoverspeelt
wijoverspelen
jullieoverspelen
zijoverspelen
Verleden tijd
spelde / spelden
Voltooid deelwoord
hebbengeoverspeld
Gebiedende wijs
spel
Voorwaardelijke wijs
zou overspelen
Toekomende tijd
zal overspelen
Scheidbaar werkwoord