overtuigen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
overtuigen
Uitspraak: /ˌoː.vərˈtœy̯.ɣə(n)/
Voorbeeld
Het is moeilijk om hem te overtuigen.
Vervoeging
ikovertuig
jijovertuigt
hijovertuigt
wijovertuigen
jullieovertuigen
zijovertuigen
Verleden tijd
overtuigde / overtuigden
Voltooid deelwoord
hebbenovertuigd
Gebiedende wijs
overtuig
Voorwaardelijke wijs
zou overtuigen
Toekomende tijd
zal overtuigen
Scheidbaar werkwoord