pas

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

zelfstandig naamwoorda2
de/het
Vertaling
pass
Uitspraak: /pɑs/
Voorbeeld
Je hebt een pas nodig om binnen te komen.
Meervoud
passen
bijwoorda2
Vertaling
just
Uitspraak: /pɑs/
Voorbeeld
Ik ben pas thuisgekomen.