proeven

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
proeven
Uitspraak: /ˈpru.və(n)/
Voorbeeld
Wil je deze soep proeven?
Vervoeging
ikproef
jijproeft
hijproeft
wijproeven
jullieproeven
zijproeven
Verleden tijd
proefde / proefden
Voltooid deelwoord
hebbengeproefd
Gebiedende wijs
proef
Voorwaardelijke wijs
zou proeven
Toekomende tijd
zal proeven