regen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
zelfstandig naamwoorda1
de
Vertaling
regen
Uitspraak: /ˈreːɣən/
Voorbeeld
De regen viel de hele dag.
Meervoud
regens
Verkleinwoord
regentje