rekenen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
berekenen
Uitspraak: /ˈreːkənə(n)/
Voorbeeld
Kinderen leren rekenen op school.
Vervoeging
ikreken
jijrekent
hijrekent
wijrekenen
jullierekenen
zijrekenen
Verleden tijd
rekende / rekenden
Voltooid deelwoord
hebbengerekend
Gebiedende wijs
reken
Voorwaardelijke wijs
zou rekenen
Toekomende tijd
zal rekenen