resetten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
reset
Uitspraak: /riˈsɛtən/
Voorbeeld
Je moet de router resetten om de verbinding te herstellen.
Vervoeging
| ik | reset |
| jij | reset |
| hij | reset |
| wij | resetten |
| jullie | resetten |
| zij | resetten |
Verleden tijd
resettte / resettten
Voltooid deelwoord
hebbengeresettt
Gebiedende wijs
resett
Voorwaardelijke wijs
zou resetten
Toekomende tijd
zal resetten