rond
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
bijvoeglijk naamwoorda1
Vertaling
rond
Uitspraak: /rɔnt/
Voorbeeld
De tafel is rond.
Vergrotende trap
ronder
Overtreffende trap
rondst
bijwoorda1
Vertaling
rond
Uitspraak: /rɔnt/
Voorbeeld
We liepen rond het park.
voorzetsela1
Vertaling
rond
Uitspraak: /rɔnt/
Voorbeeld
We liepen rond het park.