rondgeven

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to give around
Uitspraak: /rɔntˈɣeːvən/
Voorbeeld
Kun je de drankjes rondgeven?
Vervoeging
ikrondgeef
jijrondgeeft
hijrondgeeft
wijrondgeven
jullierondgeven
zijrondgeven
Verleden tijd
gevde / gevden
Voltooid deelwoord
hebbengerondgevd
Gebiedende wijs
gev
Voorwaardelijke wijs
zou rondgeven
Toekomende tijd
zal rondgeven
Scheidbaar werkwoord