samenlopen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to coincide
Uitspraak: /ˈsaːmənˌloːpə(n)/
Voorbeeld
De paden lopen hier samen.
Vervoeging
| ik | samenloop |
| jij | samenloopt |
| hij | samenloopt |
| wij | samenlopen |
| jullie | samenlopen |
| zij | samenlopen |
Verleden tijd
samenlopte / samenlopten
Voltooid deelwoord
hebbengesamenlopt
Gebiedende wijs
samenlop
Voorwaardelijke wijs
zou samenlopen
Toekomende tijd
zal samenlopen
Scheidbaar werkwoord