samenspreken

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb2
Vertaling
to speak together
Uitspraak: /ˈsaːmənˌspreːkə(n)/
Voorbeeld
We moeten binnenkort samenspreken over het project.
Vervoeging
ikspreek samen
jijspreekt samen
hijspreekt samen
wijspreken samen
julliespreken samen
zijspreken samen
Verleden tijd
samensprekte / samensprekten
Voltooid deelwoord
hebbengesamensprekt
Gebiedende wijs
samensprek
Voorwaardelijke wijs
zou samenspreken
Toekomende tijd
zal samenspreken
Scheidbaar werkwoord