samenwonen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
live together
Uitspraak: /ˈsaː.mə(n)ˌʋoː.nə(n)/
Voorbeeld
We zijn van plan om binnenkort samen te wonen.
Vervoeging
iksamenwoon
jijsamenwoont
hijsamenwoont
wijsamenwonen
julliesamenwonen
zijsamenwonen
Verleden tijd
samenwonde / samenwonden
Voltooid deelwoord
hebbengesamenwond
Gebiedende wijs
samenwon
Voorwaardelijke wijs
zou samenwonen
Toekomende tijd
zal samenwonen
Scheidbaar werkwoord