schakelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
switch
Uitspraak: /ˈsxaː.kə.lə(n)/
Voorbeeld
Je moet naar de tweede versnelling schakelen.
Vervoeging
ikschakel
jijschakelt
hijschakelt
wijschakelen
jullieschakelen
zijschakelen
Verleden tijd
schakelde / schakelden
Voltooid deelwoord
hebbengeschakeld
Gebiedende wijs
schakel
Voorwaardelijke wijs
zou schakelen
Toekomende tijd
zal schakelen