scheiden

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
scheiden
Uitspraak: /ˈsxɛidə(n)/
Voorbeeld
Ze besloten om na tien jaar huwelijk te scheiden.
Vervoeging
ikscheid
jijscheidt
hijscheidt
wijscheiden
julliescheiden
zijscheiden
Verleden tijd
scheidde / scheidden
Voltooid deelwoord
hebben/zijngescheiden
Gebiedende wijs
scheid
Voorwaardelijke wijs
zou scheiden
Toekomende tijd
zal scheiden