scheren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
to shave
Uitspraak: /ˈsxeː.rə(n)/
Voorbeeld
Hij moet zich elke ochtend scheren.
Vervoeging
ikscheer
jijscheert
hijscheert
wijscheren
julliescheren
zijscheren
Verleden tijd
schoor / schoren
Voltooid deelwoord
hebbengeschoren
Gebiedende wijs
scher
Voorwaardelijke wijs
zou scheren
Toekomende tijd
zal scheren