schoonmaken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
schoonmaken
Uitspraak: /ˈsxoːnˌmaːkən/
Voorbeeld
Ik ga de keuken schoonmaken.
Vervoeging
| ik | schoonmaak |
| jij | schoonmaakt |
| hij | schoonmaakt |
| wij | schoonmaken |
| jullie | schoonmaken |
| zij | schoonmaken |
Verleden tijd
maakte schoon / maakten schoon
Voltooid deelwoord
hebbenschoongemaakt
Gebiedende wijs
maak schoon
Voorwaardelijke wijs
zou schoonmaken
Toekomende tijd
zal schoonmaken
Scheidbaar werkwoord