schorsen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
suspend
Uitspraak: /ˈsxɔr.sə(n)/
Voorbeeld
De student werd voor een week geschorst.
Vervoeging
| ik | schors |
| jij | schorst |
| hij | schorst |
| wij | schorsen |
| jullie | schorsen |
| zij | schorsen |
Verleden tijd
schorste / schorsten
Voltooid deelwoord
hebbengeschorst
Gebiedende wijs
schors
Voorwaardelijke wijs
zou schorsen
Toekomende tijd
zal schorsen