schrikken
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to scare
Uitspraak: /ˈsxrɪ.kə(n)/
Voorbeeld
Hij schrok van het harde geluid.
Vervoeging
| ik | schrik |
| jij | schrikt |
| hij | schrikt |
| wij | schrikken |
| jullie | schrikken |
| zij | schrikken |
Verleden tijd
schrok / schrokken
Voltooid deelwoord
zijngeschrokken
Gebiedende wijs
schrikk
Voorwaardelijke wijs
zou schrikken
Toekomende tijd
zal schrikken