smeren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
smeren
Uitspraak: /ˈsmeːrə(n)/
Voorbeeld
Hij begon boter op het brood te smeren.
Vervoeging
iksmeer
jijsmeert
hijsmeert
wijsmeren
julliesmeren
zijsmeren
Verleden tijd
smeerde / smeerden
Voltooid deelwoord
hebbengesmeerd
Gebiedende wijs
smeer
Voorwaardelijke wijs
zou smeren
Toekomende tijd
zal smeren