snuiten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
to blow (one's nose)
Uitspraak: /ˈsnœy̯.tə(n)/
Voorbeeld
Je moet je neus snuiten.
Vervoeging
| ik | snuit |
| jij | snuit |
| hij | snuit |
| wij | snuiten |
| jullie | snuiten |
| zij | snuiten |
Verleden tijd
snoot / snoten
Voltooid deelwoord
hebbengesnoten
Gebiedende wijs
snuit
Voorwaardelijke wijs
zou snuiten
Toekomende tijd
zal snuiten