sorteren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoorda2
Vertaling
to sort
Uitspraak: /sɔrˈteːrə(n)/
Voorbeeld
Ze moet de papieren sorteren.
Vervoeging
| ik | sorteer |
| jij | sorteert |
| hij | sorteert |
| wij | sorteren |
| jullie | sorteren |
| zij | sorteren |
Verleden tijd
sorterde / sorterden
Voltooid deelwoord
hebbengesorterd
Gebiedende wijs
sorter
Voorwaardelijke wijs
zou sorteren
Toekomende tijd
zal sorteren