springen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
springen
Uitspraak: /ˈsprɪŋə(n)/
Voorbeeld
De kinderen springen in de tuin.
Vervoeging
ikspring
jijspringt
hijspringt
wijspringen
julliespringen
zijspringen
Verleden tijd
sprong / sprongen
Voltooid deelwoord
hebben/zijngesprongen
Gebiedende wijs
spring
Voorwaardelijke wijs
zou springen
Toekomende tijd
zal springen