spuiten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to spray
Uitspraak: /ˈspœy̯.tə(n)/
Voorbeeld
De brandweer moest water spuiten om het vuur te blussen.
Vervoeging
| ik | spuit |
| jij | spuit |
| hij | spuit |
| wij | spuiten |
| jullie | spuiten |
| zij | spuiten |
Verleden tijd
spoot / spoten
Voltooid deelwoord
hebbengespoten
Gebiedende wijs
spuit
Voorwaardelijke wijs
zou spuiten
Toekomende tijd
zal spuiten