stabiliseren
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to stabilize
Uitspraak: /staːbiˈlizərən/
Voorbeeld
De regering probeert de economie te stabiliseren.
Vervoeging
| ik | stabiliseer |
| jij | stabiliseert |
| hij | stabiliseert |
| wij | stabiliseren |
| jullie | stabiliseren |
| zij | stabiliseren |
Verleden tijd
stabiliserde / stabiliserden
Voltooid deelwoord
hebbengestabiliserd
Gebiedende wijs
stabiliser
Voorwaardelijke wijs
zou stabiliseren
Toekomende tijd
zal stabiliseren