staren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
staren
Uitspraak: /ˈstaː.rə(n)/
Voorbeeld
Ze bleef naar de sterren staren.
Vervoeging
ikstaar
jijstaart
hijstaart
wijstaren
julliestaren
zijstaren
Verleden tijd
staarde / staarden
Voltooid deelwoord
hebbengestaard
Gebiedende wijs
staar
Voorwaardelijke wijs
zou staren
Toekomende tijd
zal staren