stemmen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
stemmen
Uitspraak: /ˈstɛmən/
Voorbeeld
We gaan morgen stemmen.
Vervoeging
ikstem
jijstemt
hijstemt
wijstemmen
julliestemmen
zijstemmen
Verleden tijd
stemde / stemden
Voltooid deelwoord
hebbengestemd
Gebiedende wijs
stem
Voorwaardelijke wijs
zou stemmen
Toekomende tijd
zal stemmen
zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
stemmen
Uitspraak: /ˈstɛmən/
Voorbeeld
De stemmen zijn geteld.