stijgen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to rise
Uitspraak: /ˈstɛi̯.ɣə(n)/
Voorbeeld
De prijzen blijven stijgen.
Vervoeging
| ik | stijg |
| jij | stijgt |
| hij | stijgt |
| wij | stijgen |
| jullie | stijgen |
| zij | stijgen |
Verleden tijd
steeg / stegen
Voltooid deelwoord
zijngestegen
Gebiedende wijs
stijg
Voorwaardelijke wijs
zou stijgen
Toekomende tijd
zal stijgen