storen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
storen
Uitspraak: /ˈstoːrə(n)/
Voorbeeld
Wil je me alsjeblieft niet storen tijdens het werk?
Vervoeging
| ik | stoor |
| jij | stoort |
| hij | stoort |
| wij | storen |
| jullie | storen |
| zij | storen |
Verleden tijd
stoorde / stoorden
Voltooid deelwoord
hebbengestoord
Gebiedende wijs
stoor
Voorwaardelijke wijs
zou storen
Toekomende tijd
zal storen