strak

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

bijvoeglijk naamwoorda2
Vertaling
strak
Uitspraak: /strɑk/
Voorbeeld
De broek zit te strak om comfortabel te zijn.
Vergrotende trap
strakker
Overtreffende trap
strakst
bijwoorda2
Vertaling
strak
Uitspraak: /strɑk/
Voorbeeld
De broek zit strak om zijn middel.