studeren

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
studeren
Uitspraak: /stʏˈdeːrə(n)/
Voorbeeld
Zij studeert elke avond voor haar examen.
Vervoeging
ikstudeer
jijstudeert
hijstudeert
wijstuderen
julliestuderen
zijstuderen
Verleden tijd
studeerde / studeerden
Voltooid deelwoord
hebbengestudeerd
Gebiedende wijs
studeer
Voorwaardelijke wijs
zou studeren
Toekomende tijd
zal studeren