terugbellen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
terugbellen
Uitspraak: /təˈrʏxˌbɛ.lə(n)/
Voorbeeld
Ik zal je later terugbellen.
Vervoeging
ikbel terug
jijbelt terug
hijbelt terug
wijbellen terug
julliebellen terug
zijbellen terug
Verleden tijd
belde terug / belden terug
Voltooid deelwoord
hebbenteruggebeld
Gebiedende wijs
bel terug
Voorwaardelijke wijs
zou terugbellen
Toekomende tijd
zal terugbellen
Scheidbaar werkwoord