terugbetalen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
refund
Uitspraak: /təˈrʏxˌbeːtə(lə)n/
Voorbeeld
Ze moeten het geld binnen een week terugbetalen.
Vervoeging
ikterugbetaal
jijterugbetaalt
hijterugbetaalt
wijterugbetalen
jullieterugbetalen
zijterugbetalen
Verleden tijd
betalde / betalden
Voltooid deelwoord
hebbengeterugbetald
Gebiedende wijs
betal
Voorwaardelijke wijs
zou terugbetalen
Toekomende tijd
zal terugbetalen
Scheidbaar werkwoord