terugdraaien
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
reverse
Uitspraak: /təˈrʏxˌdraːi̯ə(n)/
Voorbeeld
Kun je de klok terugdraaien?
Vervoeging
| ik | terugdraai |
| jij | terugdraait |
| hij | terugdraait |
| wij | terugdraaien |
| jullie | terugdraaien |
| zij | terugdraaien |
Verleden tijd
draaide / draaiden
Voltooid deelwoord
hebbengeterugdraaid
Gebiedende wijs
draai
Voorwaardelijke wijs
zou terugdraaien
Toekomende tijd
zal terugdraaien
Scheidbaar werkwoord