terugduwen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to push back
Uitspraak: /təˈrʏxˌdyːwə(n)/
Voorbeeld
Hij moest de deur terugduwen omdat deze niet goed sloot.
Vervoeging
| ik | duw terug |
| jij | duwt terug |
| hij | duwt terug |
| wij | terugduwen |
| jullie | terugduwen |
| zij | terugduwen |
Verleden tijd
duwde / duwden
Voltooid deelwoord
hebbengeterugduwd
Gebiedende wijs
duw
Voorwaardelijke wijs
zou terugduwen
Toekomende tijd
zal terugduwen
Scheidbaar werkwoord