terugspelen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
play back
Uitspraak: /təˈrʏxˌspelə(n)/
Voorbeeld
De band gaat hun oude hits terugspelen.
Vervoeging
| ik | speel terug |
| jij | speelt terug |
| hij | speelt terug |
| wij | terugspelen |
| jullie | terugspelen |
| zij | terugspelen |
Verleden tijd
spelde / spelden
Voltooid deelwoord
hebbengeterugspeld
Gebiedende wijs
spel
Voorwaardelijke wijs
zou terugspelen
Toekomende tijd
zal terugspelen
Scheidbaar werkwoord