terugvallen
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb2
Vertaling
to relapse
Uitspraak: /təˈrʏxˌfɑlə(n)/
Voorbeeld
Na de operatie kan hij niet terugvallen in oude gewoontes.
Vervoeging
| ik | val terug |
| jij | valt terug |
| hij | valt terug |
| wij | terugvallen |
| jullie | terugvallen |
| zij | terugvallen |
Verleden tijd
vallde / vallden
Voltooid deelwoord
hebbengeterugvalld
Gebiedende wijs
vall
Voorwaardelijke wijs
zou terugvallen
Toekomende tijd
zal terugvallen
Scheidbaar werkwoord