terugzetten
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to put back
Uitspraak: /təˈrʏxˌzɛtə(n)/
Voorbeeld
Vergeet niet het boek terug te zetten op de plank.
Vervoeging
| ik | terugzet |
| jij | terugzet |
| hij | terugzet |
| wij | terugzetten |
| jullie | terugzetten |
| zij | terugzetten |
Verleden tijd
zettte / zettten
Voltooid deelwoord
hebbengeterugzettt
Gebiedende wijs
zett
Voorwaardelijke wijs
zou terugzetten
Toekomende tijd
zal terugzetten
Scheidbaar werkwoord