testen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
testen
Uitspraak: /ˈtɛstən/
Voorbeeld
Ze gaan het nieuwe product testen.
Vervoeging
iktest
jijtest
hijtest
wijtesten
jullietesten
zijtesten
Verleden tijd
testte / testten
Voltooid deelwoord
hebbengetest
Gebiedende wijs
test
Voorwaardelijke wijs
zou testen
Toekomende tijd
zal testen
zelfstandig naamwoorda2
de
Vertaling
testen
Uitspraak: /ˈtɛs.tə(n)/
Voorbeeld
De testen waren erg moeilijk.