toespelen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoordb1
Vertaling
to pass
Uitspraak: /ˈtuːˌspeːlən/
Voorbeeld
Hij speelde de bal naar zijn teamgenoot toe.
Vervoeging
iktoespeel
jijtoespeelt
hijtoespeelt
wijtoespelen
jullietoespelen
zijtoespelen
Verleden tijd
spelde / spelden
Voltooid deelwoord
hebbengetoespeld
Gebiedende wijs
spel
Voorwaardelijke wijs
zou toespelen
Toekomende tijd
zal toespelen
Scheidbaar werkwoord