uitbreiden
Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang
werkwoordb1
Vertaling
to expand
Uitspraak: /ˈœytbrɛidən/
Voorbeeld
Het bedrijf wil zijn activiteiten uitbreiden naar het buitenland.
Vervoeging
| ik | breid uit |
| jij | breidt uit |
| hij | breidt uit |
| wij | uitbreiden |
| jullie | uitbreiden |
| zij | uitbreiden |
Verleden tijd
breidde / breidden
Voltooid deelwoord
hebbengeuitbreidd
Gebiedende wijs
breid
Voorwaardelijke wijs
zou uitbreiden
Toekomende tijd
zal uitbreiden
Scheidbaar werkwoord