uitkiezen

Zoek elk Nederlands woord op — meervoud, vervoegingen en vergrotende trappen leiden allemaal naar de juiste ingang

werkwoorda2
Vertaling
uitkiezen
Uitspraak: /ˈœytˌkizə(n)/
Voorbeeld
Je mag een cadeau uitkiezen voor je verjaardag.
Vervoeging
ikkies uit
jijkiest uit
hijkiest uit
wijkiezen uit
julliekiezen uit
zijkiezen uit
Verleden tijd
koos uit / kozen uit
Voltooid deelwoord
hebbenuitgekozen
Gebiedende wijs
kies uit
Voorwaardelijke wijs
zou uitkiezen
Toekomende tijd
zal uitkiezen
Scheidbaar werkwoord